Dit is het snelle verslag.
Foto’s krijgen een apart bericht en op peertube staan de video’s.
Donderdag spreek ik af met Fred om rond 16:00 uur bij de pont van Amsterdam te zijn. Daar wacht ik met een ijsje in de schaduw van het cafeetje op zijn komst. Een goed rustig begin van onze tocht naar Wilco in Rijswijk
Als Fred er is nemen we de tijd en dan razen we door Amsterdam zoals alleen Fred dat kan. Het is heel prettig om niet te hoeven navigeren in het drukke centrum en een blind vertrouwen te kunnen hebben in de navigator voor je.
Na Amsterdam rijden we langs het Amsterdam Rijn Kanaal. Deze zien we zeer vaak op deze route, wat fijn is want dit geeft ons een keurige rechte weg. Het nadeel is dat de boomwortels door het wegdek komen en er af en toe een stukje ouderwetse klinkers liggen. Maar het geeft een goed gevoel van onderweg zijn en daar gaat het om.
De foto’s komen later en die laten een steeds groenere omgeving zien. Na 90 km of zoiets zijn we bij Wilco. In de omgeving hadden we al een flink stel mooie huizen gezien, sommige zagen er meer uit als moderne kastelen of een landgoed, maar het huis van Wilco en Petra mag er ook zijn. We parkeren onze fietsen op het gras dat eigenlijk van de buurman is en begroeten onze gastheer en George, Arnold en Cees.
Plannen worden gesmeed en de zeer schappelijke tijd van 10 uur wordt afgesproken. Het is immers “maar” 5 of 6 uurtjes rijden, aldus George. We reden hierheen met een gemiddelde van 30 km/h. Okay, daar moet ik even over nadenken… Fred en ik hadden al bedacht als de jongeheren het op hun heupen krijgen en wij het niet konden bijbenen we ze wel in Sittard terug zouden zien.
’s Ochtends heb ik uitgerekend dat mijn ondersteuning ongeveer 130 of 140 km kan redden bij een hoge snelheid. Om te voorkomen dat ik in de heuvels stil zou staan en zelf aan de slag moest, ben ik voorop gaan rijden. Ik had de ondersteuning uit gelaten en zorgde dat ik een tempo reed die ik in ieder geval 30 km kon volhouden. Na die 30 merkte ik dat het lijf nog wel wat kon. Na 40 km was het muntje nog niet op (oh wow ik rijd 40 km zonder pijn, dat is fijn zeg), maar doe ik wijs en zet de ondersteuning aan. Daarnaast laat ik me afzakken tot in het peloton, zodat iemand anders de navigatie kan doen.
Halverwege nadat we een gezonde snack hebben genuttigd. Nou ja, patat is groente toch, ik had zelf nog wat bio meuslibolletjes maar compenseerde dat met een milkshake.
George zetten daarna het gas erop en ging de snelheid af en toe naar 35 km/h.
We kwamen rond 5 uur aan op de baan en ik ben eigenlijk zonder nadenken direct mijn vrijwilligers shirt gaan ophalen. Voor ik het weet ben ik bezig bij de tijdwaarneming voor de snelste rond. Als de wedstrijden zijn afgelopen besluit ik met Joop en Jos die beiden in een Sinner Mango rijden, naar de camping te rijden. Daar slaat, waarschijnlijk door vermoeidheid, de pech toe. Joop stopt als goed Brabander voor een mevrouw die wil oversteken bij een zebrapad en ik ben een seconde afgeleid en rijd in zijn rechterzijkant. Geschrokken nemen we de schade op. Een flinke deuk bij Joop en mijn ego en een gat in de achterkant. Verder is de fiets gelukkig werkend, dus kunnen we verder rijden.
Aangekomen op de camping maken we foto’s van zijn schade. Morgen mag Ymte een schatting van de schade maken.
Nog een beetje hyper van alle indrukken en het idee dat ik 165 km heb gereden op 1 dag en nog steeds leef, blijf ik nog wat napraten met de lieve ligfietsers op de camping.
In het donker zet ik mijn tent op. Dat lukt opvallend goed. Ik ben moe genoeg om te kunnen slapen, maar toch lukt dat zo’n eerste nacht niet heel goed. Daarbij besluiten een merel en een zwartkop een concert te geven om half vijf. Vast goed bedoeld…
Zaterdag heb Marloes en ik afgesproken dat Marloes de ochtendsessie doet. Dat geeft mij de gelegenheid om iets langer te slapen. Maar de warmte stuurt mij rond half acht uit de tent.
De dag op het Bike Park is geweldig. Vrijdag was de sfeer al goed, maar nu is het nog drukker. Er staan stands van ligfietsverkopers, er zijn hele mooie wedstrijden te zien en mensen nemen de tijd om met mede ligfietsers een praatje te maken. Sjoerd en Rembrandt zorgen voor een goede begeleiding van de wedstrijden en de vele vrijwilligers maken het een veilige wedstrijd. Leuk is ook de EHBO, die ontzettend enthousiast is en met Mark meeloopt om te zien hoe ze bij een omgerolde velomobiel moeten handelen. Het was duidelijk te horen dat ze er zin in hadden en tegelijkertijd hoopten dat het niet zou gebeuren.
Het is een beetje lastig om iets over de wedstrijden te vertellen. Je moet erbij zijn geweest om het te beleven. De foto’s die nog komen geven hopelijk een beter beeld, dan wat ik kan omschrijven. Maar er wordt hard gereden, maar er wordt ook rekening met elkaar gehouden. Mooie strijd en morgen zullen we zien wie de wereldkampioenen zijn.
Nu nog even socializen en slapen.
Zondag staat de 3 uurs race op het programma. Maar wegens de hitte wordt deze ingekort tot 2 uur. Als je achteraf kijkt naar de druipende ligfietsers die uit de velomobiel stappen, denk ik zo dat Rembrandt en Sjoerd een goede beslissing hebben genomen.
Na de prijsuitreiking en de afsluiting van het feest, wordt er nog opgeruimd door de vrijwilligers en gaan we weer terug. Ik rijd deze keer achter Alexander aan, die het rustig aan doet. ik vind dat niet erg. Het is best vermoeiend zo’n weekend in de zon dingen doen met heel veel mensen. Mijn hoofd is een beetje aan het tollen.
Met een flink groepje besluiten we te eten bij een bistrootje. Dat is nog een Brabants kilometertje verder. Het eten is lekker en het vocht niet genoeg. Zelfs als we in de avond terug wandelen, is het nog steeds warm.
In de avond wordt er nog gekletst. Maar ik merk dat ik niet gezellig meer reageer. Mijn sociale barometer staat onder druk en kan niet meer aan. Ik mompel nog wat en ik luister nog enigszins beleefd naar de Engelsman die graag om een praatje gelegen is, maar veel meer lukt niet meer.
Ik ga mijn tent opzoeken en slaap onrustig maar wel goed. De keuze om een dik matras mee te nemen is een verstandige geweest. Om half zes word ik wakker, want deze heer moet plassen. Daarna besluit ik mijn jas aan te doen en een stukje te wandelen. Het fijne is dat het rond deze tijd nog frisjes is. Ik geniet van de koude op mijn lijf en ga op zoek naar vogels. Die hobby was een beetje karig dit weekend, dus ik gok op een mooie waarneming. Helaas is de roofvogel die ik op het oog heb, te snel om te kunnen determineren. Ook de klaagzang zegt me niets. De kraaien zijn te klein voor Raven, de andere vogeltjes staan al op mijn lijstje. Toch loop ik tevreden terug.
Daarna is het eten, drinken en inpakken. En nog meer drinken. En de vroegere vogels die sneller zijn met inpakken uitzwaaien. Alexander, Fred, Casper en Wilco vertrekken vroeg. Als ik dan eindelijk weg kan is het pas half negen. Handig dat vroeg op staan. 😉
Ik had me voorgenomen rustig aan te doen. Dat lukt redelijk. Aangezien ik regelmatig verkeerd rijd, lukt dat nog beter. Ik kom onderweg een Zwitser tegen in een Alpha velomobiel. Het communiceren is lastig, want hij heeft een racekap op. Ik denk een betere route te hebben dus sla af. Dat is geen goed idee. Later kom ik hem nog een keer achterop. Maar uiteindelijk haal ik hem in en rijd door. Misschien had ik meer moeite moeten doen tot een praatje, maar ik merk dat het alleen rijden me goed doet. Mijn excuus aan deze mijnheer, mocht hij het niet begrijpen.
Ik rijd lekker door, ik eet een appeltaartje bij een restaurant, ik reserveer een vrienden op de fiets bij Haaften en rijd ‘s-Hertogenbosch in. Bij een van de vele stoplichten wil ik optrekken waarna het lijkt alsof mijn ketting eraf ligt. Dat blijkt zo te zijn en ik parkeer in de schaduw en zet de ketting er weer op. Makkelijk hoor zo’n onderhoudsluik. Ik controleer of het goed zit door een tik tegen de crank te geven. Blijkt deze vooruit te draaien zonder problemen of weerstand. Dat is niet goed. Dat is erg niet goed, want niet te repareren. De vrijloop of iets anders in de ondersteunende motor heeft het begeven. Naar iets van 40.000 km probleemloos rijden (op wat smeren na), lijkt dit het einde te zijn van de motor. Wat nu? Na wat bellen en overleggen, besluit ik maar om mijn lieve vrouw mij te laten ophalen. In afwachting daarvan eet ik in een gezellig restaurantje.
Samen leggen we de fiets in de auto. Het steekt een beetje uit, maar heeft nog nooit zo stevig gelegen. Even onthouden deze manier. Thuis gekomen pak ik uit. Ik ben moe. Maar oh zo tevreden, ondanks de malheur. Want zo’n weekend met blije ligfietsers, mensen die allemaal hetzelfde voelen bij een ligfiets, dat gevoel zal ik nog een tijdje op kunnen teren. Dank jullie wel.